Natuurgebieden

foto natuurgebieden

Eerder ondiepe kreekplassen tot max. 2,5m diep met veelal zacht hellende oeverovergangen en verlandingsvegetaties met drijftillen. 
Gelegen aan de overgang tussen de polders en de Wase zandstreek. Wilgenstruweel, gras- en hooilandjes als overgang naar de omliggende, veelal zandige dijken. 
De vele rietvegetaties vormen een ideaal woongebied voor Kleine Karekiet, Bosrietzanger, Rietzanger, Blauwborst, Rietgors, Waterral en Bruine Kiekendief. De bloemrijke hooilandjes met Grote ratelaar, Echte koekoeksbloem naast rietkragen met Grote boterbloem en drijfzomen met Smalle stekelvaren.
Het Panneweel is een, voor onze streken, unieke verzameling van drijftilvegetaties met Galigaan, Wateraardbei en Moerasvaren naast zanderige singels met enkele zeldzame zeggesoorten en wilgenstruweel.

Op wandelafstand van het centrum van Stekene vind je het Steengelaag. Dit is een voormalige kleiwinningsput. Sinds 1992 is het Steengelaag in beheer bij Natuurpunt. Het gebied wordt gekenmerkt door een aaneenschakeling van diverse biotopen; graslandjes, moerabos, kleine en grote waterplassen en een populierenaanplanting.

 Doorheen het gebied loopt een 2 km lang wandelpad. Dit pad brengt u langsheen de verschillende biotopen. De rijke schakering aan biotopen zorgt voor een grote biodiversiteit. Op de voormalige kleiputten en de Grote Vijver vertoeven steeds heel wat watervogels (eenden, fuut, aalscholvers, …). In de winter is dit een belangrijk overwinteringsgebied. In de populierenaanplant en het elzenbroekbos tref je heel wat dood hout aan, diverse spechtensoorten en de boomkruiper voelen zich hier goed thuis. Het pad loopt ook langsheen enkele bloemrijke hooilandjes met een rijke insectenleven

Dit reservaat is een restant van het grotere hooilandcomplex van de Kluizegavers (Kemzeke) dat door de aanleg van de E34 grotendeels op de schop ging. Door de uitzonderlijke geologische omstandigheden – het gebied was eertijds, voor de ontginningen in de Middeleeuwen, een ondiep meer – met aanwezigheid van moeraskalk op geringe diepte, kent het reservaat een bijzondere plantengroei. Het is ook de paaiplaats van bruine kikker en gewone pad. In de zomermaanden is het groot aantal sprinkhanen en andere insecten opvallend.

Verbindingsgeul tussen de Kreken van Saleghem en de Grote Geule. De noordoever is deels een verhoogde, zandige rug. Voor de rest veelal zacht hellende oeverovergangen bestaande uit rietvelden, wilgenstruweel, populierenbosjes, gras- en hooilandjes. 
De rietvegetaties vormen een ideaal woongebied voor Kleine Karekiet, Bosrietzanger, Rietzanger, Blauwborst, Rietgors, Waterral en Bruine Kiekendief. 
De verwaarloosde, nu nog eerder soortenarme hooilandjes zijn in herstelbeheer, maar Echte koekoeksbloem, Pinksterbloem en wat zegges zijn zeker al waar te nemen. 
Een zandig akkertje vertoont na herstelbeheer reeds vele leuke plantensoorten die je in een poldergebied niet zou verwachten.

Enkele kleine landschapselementen in SInt-Gillis-Waas zijn onder beheer van Natuurpunt Waasland-Noord.

De Kriekerijen is het kleinste erkende natuurgebiedje van Natuurpunt Waasland-Noord. Het is gelegen in het Noorden van Stekene in de omgeving van de Groene Putten. 

De Grote Geule maakt deel uit van het krekencomplex dat zich uitstrekt in het noorden van de provincie Oost-Vlaanderen en het zuiden van Zeeuws Vlaanderen. Het is een oude overstromingsgeul, die via de Kieldrechtse Watergang in verbinding staat met de Kreken van Saleghem. Het gebied kan gekarakteriseerd worden als een relatief ondiepe kreek met vrij zoet tot licht brak water en waar verlandingsprocessen optreden. Langsheen de oevers treffen we rietvelden, graslanden, bomenrijen en een veenlens aan.

Het Speelhof ligt op de stuifzandrug Stekene – Moerbeke. Op de zandige delen is de vegetatie arm en doet ze denken aan die van heischraal grasland. De singels en greppels zijn vochtiger, hier ontwikkeld zich een bloemrijke ruigte met planten als grote wederik en grote kattenstaart.

De lemige afdeklaag van de vroegere stortplaats voor bouwafval maakt dat het gebied vooral 's winters drassig is. Er is spontane opslag van wilgen en elzen , in de rand, op de onaangeroerde zandgrond, ook van zomereik en ratelpopulier. Opvallend is het algemeen voorkomen van Canadese guldenroede, een in het vroege najaar weelderig bloeiende exoot.
In het dichte donkere sparrenbos broeden goudhaan en zwarte mees, typische bewoners van naaldhout.

De Lange Vaag ligt aan de noordgrens van het Stroopersbos, op het grondgebied van de gemeente Sint-Gillis-Waas. Het natuurgebied bestaat uit ongeveer 2 hectaren oude vlasrootakker die thans beheerd worden als onkruidakker. Jaarlijks wordt afwisselend een helft geploegd. Om de grasgroei in te tomen wordt de gehele oppervlakte in augustus kortstondig begraasd door paarden.